Leerlingen met dyslexie hebben behoefte aan een gerichte begeleiding in de klas. Hier onder vindt u een aantal tips en adviezen.
Benutten leertijd Kinderen met dyslexie hebben vaak meer herhalingen van instructie en oefening nodig. Voor een goed effect moet de leerling de volle aandacht aan de taak kunnen geven. Laat de leerling zo min mogelijk passief zijn, bijvoorbeeld als een ander kind voorleest en de leerling, net als alle andere kinderen alleen luistert. Het optimale effect wordt behaald als voor de leerling zo veel mogelijk momenten worden gecreëerd waarop het instructie ontvangt, kan oefenen en daar de volle concentratie aan kan geven.
Actief leren Het is van belang de leerinhoud zo veel mogelijk aan te passen aan het niveau van de leerling: niet te hoog, maar ook niet te laag. Het is goed hier ook de toetsen op aan te passen. Werken met een computer geeft goede mogelijkheden om op eigen niveau te werken. Voor veel kinderen helpt de computer ook goed om zich af te kunnen sluiten van afleidende invloeden uit de klas.
Motivatie Herhaald merken dat je iets niet kan en langer moeten oefenen dan anderen tast de motivatie aan. Door kortere opdrachten kan de kans op succeservaringen worden vergroot. Ook kunnen kleine vorderingen expliciet worden beloond. Door de leerstof zoveel mogelijk aan te bieden binnen de context van het kind, lukt het vaak beter om de aandacht te richten. Belangstelling van de leerkracht is een sterke motiverende factor. Om leerlingen niet te nadrukkelijk in een negatieve uitzonderingspositie te brengen is het vaak goed de talenten extra te benadrukken. Hierdoor lukt het beter een gevoel van competentie te ontwikkelen, in plaats van het gevoel niet meer zonder hulp van anderen te kunnen. Rolwisselend leren met andere leerlingen en het bevorderen van zelfstandig werken, kunnen verder helpen de competentie te versterken.
Instructie en structuur Kinderen met dyslexie hebben, door het kernprobleem van dyslexie in het automatiseren, vaak moeite om vaardigheden 'vanzelf' te ontwikkelen. Ze hebben juist behoefte aan stapje voor stapje systematisch te leren hoe de vaardigheid is opgebouwd. Hier kan niets in worden overgeslagen, omdat de leerling zelf moeilijk kan aan- of invullen. Een duidelijke structuur, met een duidelijke verschuiving van expliciete instructie, naar steeds meer zelfstandig doen, is van het grootste belang.
Toetsen en voorzieningen Door de leerling de kans te geven om gebruik te maken van een computer, een spellingschecker, reading pen, daisyspeler, woordenboeken, lijsten, schema's, spellingschriftke, tafelkaarten, kan het leren al een stuk geholpen worden. Daarnaast is het van belang om te weten dat voor de CITO-toets het aan te raden is en ook toegestaan om leerlingen met dyslexie extra tijd te geven, ze de toets in een aparte ruimte af te nemen en ze de toets voor te laten lezen. Hierdoor wordt de leerling getoetst op zijn of haar kennis, en niet op het vermogen een bepaalde toetsvorm te beheersen.
Materialen Voor de spelling is het goed te werken met programma's die niet uitgaan van een gewone automatisering, waar door herhaalde aanbieding het woordbeeld zich automatisch vastzet. Eerder kan worden gewerkt met programma's waarbij leerlingen expliciet leren om de regels heel bewust toe te passen in vaste stappen. Dit is bijvoorbeeld te vinden in de methode Zelfstandig Spellen. Hiermee leer je het kind automatisch de regels toe te passen en spreek je het meer aan op een vermogen tot logisch redeneren, systemen hanteren etc. Voor woorden die niet volgens regels gespeld kunnen worden, is het goed specifieke inprentingstechnieken toe te passen. Leesoefeningen met verzwaarde teksten kunnen leerlingen met een radende leesstijl helpen het aantal leesfouten te beperken. Teksten door de leerling laten voorlezen, die opnemen en terug laten horen terwijl de leerling de tekst weer leest, helpen het kind om de eigen fouten te leren herkennen. Het stimuleren van de directe woordherkenning kan gebeuren door gebruik te maken van flitsprogramma's.
|