Tekstversie

U bevindt zich hier:

Dyslexie checklist

Algemeen:

Startpagina

Wat is dyslexie?

Uit de huidige stand van de wetenschap komt naar voren dat dyslexie zijn oorsprong heeft in kleine, maar structurele tekorten in het functioneren van de hersenen. Dyslexie heeft naar alle waarschijnlijkheid een genetische basis. De stoornis komt met name naar voren bij het lezen en schrijven op woord(deel)niveau. Er is sprake van een verschil tussen de overige cognitieve capaciteiten en de lees- en/of spelprestatie, ondanks regelmatig onderwijs. Hierbij komen bij mensen met dyslexie op een of meer van drie gebieden grote problemen voor:

Verklanken
Lezen en spellen zijn vaardigheden, waarvoor instructie nodig is. Voordat een kind gaat lezen leert het mondeling taalgebruik in zijn eigen omgeving. Het kind is bekend met de uitspraak, de klank en de betekenis. Bij het leren lezen en spellen worden de klanken (fonemen) gekoppeld aan lettersymbolen (grafemen), de zogenaamde foneem-grafeemkoppeling. De betekenis van een woord speelt hierbij geen rol meer. Met de letters uit ons alfabet en een aantal samengestelde klanken (bijvoorbeeld eu, ei) kunnen we alle klanken en woorden in onze taal vormen. Zo bestaat /boom/ uit de klanken /b/ /oo/ /m/. Bij de aanvang van het onderwijs leert de leerling in eerste instantie de belangrijkste (combinaties van) letters en de bijbehorende klanken kennen. Hij leert dat uit die grafemen woorden te vormen zijn (lezen) of dat fonemen in grafemen zijn weer te geven (spellen). Dit proces noemen we ook wel 'decoderen' en is bij veel kinderen met dyslexie een groot probleem.

Automatiseren
Hierna leert het kind een woord in een keer te herkennen: de directe woordherkenning. De lengte van de geleerde woorden neemt toe. In eerste instantie gaat het er vooral om dat het kind zo accuraat mogelijk leest. Gaandeweg komt het element tempo hierbij, totdat het kind in staat is bij wijze van spreken automatisch een woord te herkennen. Pas dan is het goed mogelijk op zins- en tekstniveau te werken en komt het kind toe aan de betekenis. Dyslectici lukt het beduidend minder goed dan anderen om de verkorting en versnelling van het leesproces te ontwikkelen. Ze blijven daardoor vaak in het decodeerproces hangen, waardoor automatisering van het lezen en spellen onvoldoende tot stand komt.

Werkgeheugen
Hier gaat het er in de meeste gevallen niet zo zeer om dat het kind de informatie niet opslaat, maar die niet snel kan ophalen. Dit is vaak te merken doordat mensen met dyslexie niet makkelijk op woorden kunnen komen. Of heel omslachtig zijn in het omschrijven van dingen
Daarnaast belast het gebrek aan automatisering het werkgeheugen sterk. Ga maar na hoeveel energie en aandacht een eerste dag op een nieuwe school of in een nieuwe baan kost. Of hoeveel moeite het leren fietsen of autorijden in eerste instantie kostte, en hoe vanzelf dat nu gaat. Bij dyslectici verlopen een aantal processen niet of onvoldoende automatisch, waardoor de -beperkte- ruimte in het werkgeheugen extra wordt belast. Hierdoor wordt het moeilijker om in korte tijd veel informatie in het werkgeheugen op te slaan De informatie wordt niet goed of niet compleet in het lange termijn geheugen opgeslagen waardoor het weer lastiger en trager verloopt om informatie uit het lange termijn geheugen op te halen. Hierdoor moet bij het vervullen van een taak de informatie weer langer worden vastgehouden, waardoor het werkgeheugen weer extra wordt belast etc. etc.

Dyslexie, zo wordt in wetenschappelijke kringen nu algemeen aangenomen, heeft een neurobiologische basis. Familieonderzoek lijkt te suggereren dat er bij dyslexie ook een erfelijke factor meespeelt. Vaak zien we bij dyslexie een groot verschil tussen de taalvaardigheid en andere talenten. Zo blinken dyslectici vaak uit in ruimtelijk voorstellingsvermogen. Hierdoor vinden we in studies aan een technische universiteit, zoals Bouwkunde, Industrieel Ontwerpen, vaak meer studenten met dyslexie terug dan in andere studies. Ook aan academies voor beeldende kunst zien we vaak studenten met dyslexie studeren. Het verschil met de overige talenten is vaak erg groot, wat tot frustratie kan leiden omdat het niveau niet gehaald kan worden dat hoort bij het talent: de taal is te prominent aanwezig in het voortraject om zomaar te kunnen passeren. Vaak zien we dan ook voor dyslectici een studieloopbaan ontstaan die loopt van MAVO naar MTS, naar HTS en uiteindelijk Technische Universiteit. Op die manier wordt de taal voor een belangrijk deel in het voortraject omzeild.